Artikel
1:
De afdelingen waarin de Nederlandse Vereniging voor Natuurtoezicht
is verdeeld, beogen het doel der vereniging, zoals dat is omschreven in artikel
3 der statuten, te verwezenlijken binnen het gebied, waarover zij zich uitstrekken.
Artikel 2: De
zetel der afdeling zal gevestigd zijn waar de secretaris van de afdeling woonachtig
is.
Artikel 3: Wanneer
over leden wordt gesproken, worden daaronder verstaan: ereleden, leden van verdienste,
gewone leden en buitengewone leden. Daarnaast kent de vereniging donateurs.
De
leden hebben gelijke rechten, voorzover daarvan niet bij statuten of huishoudelijk
reglement is afgeweken. Verenigingen of instellingen, die als donateur zijn toegetreden,
verkrijgen daardoor niet voor haar leden individueel de rechten, toegekend aan
het donateurschap. Slechts de donateurs die een functie vervullen in het hoofdbestuur
of een afdelingsbestuur hebben stemrecht.
Artikel
4: Het bestuur der afdeling bestaat uit
ten minste vijf en ten hoogste acht personen, te kiezen uit en door leden van
die afdeling. In een ontstane vacature wordt in de eerstvolgende afdelingsledenvergadering
voorzien. Het afdelingsbestuur kan een voordracht doen. Deze voordracht dient
tenminste vier weken voor de afdelingsledenvergadering aan de leden bekend te
zijn. Tot twee weken voor de afdelings- ledenvergadering kunnen tegenkandidaten
worden gesteld bij de secretaris van de afdeling.
Artikel
5: De leden van het afdelingsbestuur
verdelen onderling de functies van voorzitter, vice-voorzitter , secretaris-penningmeester.
Jaarlijks treedt op de afdelingsledenvergadering een bestuurslid af volgens vooraf
op te maken rooster. Een zittingstermijn omvat drie jaren. Een bestuurslid kan
maximaal twee keer herkozen worden. De afgetredene is dadelijk herkiesbaar. In
tussentijds ontstane vacatures wordt op de eerstvolgende afdelingsledenvergadering
voorzien. Het alsdan gekozen bestuurslid treedt af op het tijdstip, waarop degene,
in wiens plaats hij is verkozen, volgens rooster moest aftreden. Donateurs in
een afdelingsbestuur hebben stemrecht.
Over personen wordt schriftelijk
gestemd. Hoofdelijke stemming is mogelijk. leder lid heeft recht op het uitbrengen
van één stem. Een lid mag voor maximaal twee andere leden stemmen
bij schriftelijke, naar het oordeel van diegene die als voorzitter fungeert,
toereikende volmacht. De schriftelijke volmacht moet aan de voorzitter worden
getoond. Bij staking van stemmen in een bestuursvergadering heeft de voorzitter
een beslissende stem.
Artikel 6: Door
de algemene vergadering wordt een minimum donatiebedrag vastgesteld.
Het
contributiebedrag voor de leden en buitengewone leden, waaronder zij die eervol
ontslag hebben gekregen op grond van hun leeftijd als buitengewoon opsporingsambtenaar,
wordt ook vastgesteld door de algemene vergadering.
De afdracht aan de
afdelingen wordt op dezelfde wijze vastgesteld en wordt op de peildatum van 1
april uitgekeerd.
Deze ter beschikking gestelde bedragen dienen te worden
aangewend voor verwezenlijking in afdelingsverband van de doeleinden, gesteld
in de punten a en b van artikel 3 der statuten, op een wijze door het betrokken
afdelingsbestuur of de afdelingsvergadering te bepalen.
Artikel
7: De gewone en buitengewone leden zijn
verplicht hun contributie te betalen aan de penningmeester van het hoofdbestuur
vóór 1 april. Over de contributie van de donateurs zal door de penningmeester
van het hoofdbestuur in de maand januari worden beschikt.
De penningmeester
van het hoofdbestuur is verplicht de aldus ontvangen gelden, met inachtneming
van het gestelde in artikel 6 van het huishoudelijk reglement, ten name der vereniging
te beleggen op zodanige wijze en in zodanige waarden als door het hoofdbestuur
te bepalen.
De waarden (effecten) der vereniging moeten door hem bij een
solide bankinstelling, ten genoegen van het hoofdbestuur, in bewaring worden gegeven
op naam der vereniging. Bij het in bewaring geven moet de bepaling worden gemaakt,
dat voor opvrage van die gelden behalve de handtekening van de penningmeester
ook die van de voorzitter vereist wordt.
Artikel
8: Bij verandering van woonplaats zijn
de leden verplicht daarvan aan de secretaris der afdeling kennis te geven, terwijl
op de gewone leden die verplichting bovendien nog rust bij verandering van dienstbetrekking.
De leden en buitengewone leden houden toezicht in een bepaald terrein. Een bepaald
terrein omvat nooit het gehele land.
Artikel
9: Elk afdelingsbestuur belegt in de
maand maart/pril een afdelingsledenvergadering. Bovendien wordt een buitengewone
afdelingsledenvergadering uitgeschreven zodra het afdelingsbestuur dit nodig acht
of zodra tenminste één-derde deel van het aantal leden der afdeling
hiertoe het verlangen te kennen geeft.
Artikel
10: De leden, die op de jaarlijkse afdelingsledenvergadering
voorstellen wensen te laten behandelen, moeten deze, behoorlijk geformuleerd,
één maand voor de vergadering aan de secretaris van de afdeling
doen toekomen.
De voorstellen, die zij op een buitengewone afdelingsledenvergadering
wensen te laten behandelen, moeten minstens vier dagen voor die vergadering in
het bezit van genoemde secretaris zijn.
Artikel
11: Wanneer aan de voorwaarden voor indiening
van voorstellen door de leden, neergelegd in het vorig artikel, niet is voldaan,
beslist het hoofdbestuur over de al-of-niet behandeling.
Artikel
12: De oproepingen tot de afdelingsvergaderingen
zullen minstens twee weken van tevoren met opgave van de te behandelen punten
aan de leden van die afdeling worden verzonden. In spoedeisende gevallen beslist
de voorzitter over de termijn der oproeping.
Artikel
13: Op de in de maand maart/april te
houden afdelingsledenvergadering zal door de secretaris een jaarverslag worden
uitgebracht. Van dat verslag zal tenminste drie weken voor de te houden Algemene
Vergadering der vereniging een afschrift worden gezonden aan het hoofdbestuur.
Op
de jaarlijkse afdelingsledenvergadering wordt een commissie benoemd van drie leden,
die belast is met het nazien der rekening en verantwoording van de penningmeester
en verslag van haar bevinding uitbrengt over het boekjaar waarin zij is benoemd
in de in maart/april van het volgend jaar te houden afdelingsledenvergadering.
De penningmeester is verplicht de commissie volledig in te lichten en haar de
boeken, gelden en geldswaarden te tonen. De goedkeuring van die rekening en verantwoording
door de afdelingsledenvergadering strekt de penningmeester tot algehele décharge.
Een afschrift van bedoelde rekening en verantwoording, getekend door het afdelingsbestuur
ten bewijze dat deze door de afdelingsledenvergadering is goedgekeurd, zal vóór
15 mei aan de penningmeester van het hoofdbestuur worden toegezonden.
Artikel
14: Over zaken zal mondeling, over personen
met ongetekende, gesloten briefjes worden gestemd. Bij staking van stemmen over
zaken wordt het voorstel als verworpen beschouwd.
Wanneer bij een stemming
over personen niemand bij eerste stemming de volstrekte meerderheid heeft verkregen,
heeft een tweede stemming plaats. Is ook bij deze geen volstrekte meerderheid
verkregen, dan wordt de stemming bepaald tot de twee personen, die bij de tweede
stemming de meeste stemmen hebben verkregen of zijn de meeste stemmen tussen meerdere
personen verdeeld, tot allen, die alsdan de meeste stemmen op zich hebben verenigd.
Indien bij stemming over personen de stemmen staken, beslist het lot.
Artikel 15: De
oproeping tot de jaarlijkse Algemene en tot de Buitengewone Vergaderingen der
vereniging uitgeschreven door het hoofdbestuur, geschiedt aan de afdelingssecretarissen
minstens vier weken voor zo'n vergadering met vermelding van de agenda.
De
voorzitters en secretarissen van de afdelingen hebben te allen tijde toegang tot
deze vergaderingen. Daarnaast zendt elke afdeling daarheen twee afgevaardigden,
die lid der vereniging moeten zijn en het stemrecht namens de afdeling uitoefenen.
Verder staat het alle leden van de vereniging vrij de Algemene Vergadering
te bezoeken: Zij mogen het woord voeren, doch hebben geen stemrecht.
Aan
de stemgerechtigde afgevaardigden van de afdeling wordt de stemverhouding toegekend.
Dit is één op de vijftig leden. Het hoofdbestuur heeft in de Algemene
Vergadering drie stemmen.
Artikel 16: Behoudens
het bepaalde in artikel 6 van het huishoudelijk reglement kunnen in zeer bijzondere
gevallen extra toelagen voor het beheer der afdelingen worden verstrekt, zulks
evenwel alleen ingevolge een besluit van het hoofdbestuur.
Artikel
17: Het hoofdbestuur c.q. afdelingsbestuur
beslist in alle gevallen, waarin niet bij statuten of huishoudelijk reglement
is voorzien.
|